Foto Drijvende huizen in de Nassauhaven, voormalige haven voor scheepvaart en bedrijvigheid, werven etc. De haven staat in verbinding met open water van de Maas en heeft getijden, met eb en vloed gaan de huizen op en neer. Bron: Tineke Dijkstra

De Landelijke Maatlat voor een groene en klimaatadaptief gebouwde omgeving

Op 23 maart lanceerde het kabinet de ‘Landelijke Maatlat voor een groene en klimaatadaptief gebouwde omgeving’. Daarin wordt verduidelijkt wat groen en klimaatadaptief bouwen en inrichten betekent voor nieuwbouw. Aan het woord zijn Danielle Freriks (BZK) en Eva Baron (IenW), die intensief bij de ontwikkeling zijn betrokken. 

Danielle Freriks
Danielle Freriks (BZK) Bron: Klimaatadaptatie Nederland
Eva Baron
Eva Baron (IenW) Bron: Klimaatadaptatie Nederland

Dit is een verkorte versie van een verhaal van Klimaatadaptatie Nederland. Lees het hele verhaal via Klimaatadaptatie Nederland.

Waarom is de maatlat nodig? 

Danielle Freriks, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,: “Het belang van klimaatadaptatie wordt breed gedragen, maar groen en klimaatadaptief bouwen is nu nog te vrijblijvend. Onderzoeken laten zien dat mitigatie, oftewel het beperken van klimaatverandering, niet genoeg is. We moeten daarom echt anders gaan bouwen en onze omgeving aanpassen aan het veranderend klimaat. De maatlat definieert voor nieuwbouw wat we hieronder verstaan. Ook bleek uit gesprekken met gemeenten en bouwende partijen dat groen en klimaatadaptief bouwen en inrichten nog te veel moet concurreren met andere ontwerpeisen waar de energietransitie bijvoorbeeld om vraagt. Klimaatadaptatie dreigde dus te veel onder te sneeuwen.” 

Op wie is de maatlat gericht? 

“De maatlat richt zich in eerste instantie op gemeenten en andere decentrale overheden. Zij schetsen de voorwaarden in nieuwbouwprojecten. Gemeenten moeten de doelen, richtlijnen en prestatie-eisen uit de maatlat vertalen naar bijvoorbeeld een bestemmingsplan en opnemen in de aanbestedingsprocessen. De maatlat is dus ook belangrijk voor projectontwikkelaars en andere partijen uit de bouw. Bouwende partijen weten beter wat ze kunnen verwachten en zo ontstaat overal een gelijk speelveld voor nieuwbouw.” 

Eva Baron, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: “De maatlat bevat ook richtlijnen die lokaal verder ingevuld moeten worden. Zo vragen we gemeenten bijvoorbeeld om een lokale groennorm vast te stellen. De maatlat schrijft bewust geen specifieke maatregelen voor. Het is in hoog stedelijk gebied moeilijk om meer bomen te planten, en op sommige plekken in het landelijk gebied staan misschien al bomen genoeg. Je kunt daarom geen landelijke maatregel voorschrijven, maar gemeenten kunnen zelf invulling geven aan de richtlijnen en prestatie-eisen van de maatlat.” 

Jullie verkennen de opties om de maatlat wettelijk verplicht te stellen. Waarom hebben jullie besloten hier niet op te wachten? 

Danielle Freriks: “Juridische borging is een zorgvuldig proces en is niet van vandaag op morgen geregeld. Als we een paar jaar wachten hebben we kansen gemist en dat zou doodzonde zijn. We hebben een enorme bouwopgave en moeten nu al rekening houden met het veranderende klimaat.”  

Hoe gaat het nu verder? 

Eva Baron: “Iedereen kan nu met de maatlat aan de slag.  Daar is geen wetgeving voor nodig. We vragen gemeenten en andere decentrale overheden, vastgoedeigenaren en bouwende partijen om dat ook te doen. Voor juridische borging gaan we de mogelijkheden in kaart brengen.” 

Danielle Freriks: “We gaan ook een verkenning doen aan de hand van praktijkervaringen met de maatlat om inzicht te krijgen in de kosten. We kijken naar de investeringen die nu nodig zijn, de extra beheerskosten van klimaatadaptieve oplossingen, maar evengoed de vermeden schade in de toekomst. We willen ook inventariseren welke regelingen en constructies gebruikt kunnen worden om klimaatadaptatie te financieren. Daarnaast gaan we onderzoeken of de maatlat in de huidige vorm ook voor bestaande bouw kan worden gebruikt. Ons doel is dat groen en klimaatadaptief bouwen en inrichten de standaard wordt en dat iedereen in een veilige en gezonde omgeving kan wonen, werken en verblijven. Niet alleen de inwoners van een gemeente die vooroploopt.”