Foto Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Mark Harbers is sinds begin 2022 minister van Infrastructuur en Waterstaat. Voorheen was hij onder andere Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en wethouder Economie, Haven en Milieu bij de gemeente Rotterdam. 

Wat was de grootste verrassing op het gebied van water en klimaatadaptatie toen u begon met deze portefeuille?

Over het algemeen ben ik verrast door de enorme betrokkenheid en de vele thema’s die spelen in de watersector. Het staat in schril contrast met de vanzelfsprekendheid van water dat voor 17,5 miljoen Nederlanders uit de kraan stroomt. Er is een soort magische hand die ervoor zorgt dat je je nooit druk hoeft te maken over water. Het contrast frappeerde mij vanaf dag één. Als verantwoordelijke zie je wat al die organisaties moeten doen voor iets wat zo vanzelfsprekend voelt. Op allerlei terreinen zijn professionals met water bezig. De komende jaren is de uitdaging dat het vanzelfsprekend wordt om in ons dagelijks gebruik meer rekening te houden met water. 

Wat vindt u van het Deltaprogramma en wat betekent het voor uw ambities als minister?

Met het Deltaprogramma kunnen we weer alle terreinen in balans brengen met het water. Ik merk nu al hoe belangrijk het is om een onafhankelijke partij te hebben die zich alleen laat leiden door water. Een partij die zegt: als je dit niet doet, dan heb je in 2050 geen droge voeten of niet genoeg drinkwater. Je ziet al hoe belangrijk het is om naar de lange termijn te blijven kijken en vanuit daar te beredeneren. We weten beter wat ons te wachten staat, wat we kunnen doen en welke overheden hier kunnen bijdragen aan de oplossing. De inspanningen van het Deltaprogramma houden overheden gefocust op de toekomst van water en hoe we hiermee omgaan. 

Welke stappen neemt u om te zorgen dat water en bodem sturend worden in de ruimtelijke inrichting. Welke rol pakt ú hierin?

Sowieso maak ik me sterk om water serieus te nemen in de ruimtelijke ordening. Er spelen immers genoeg dingen op dat vlak. Er is ruimte nodig voor zaken als de energietransitie, woningbouw en infrastructuur. Daarnaast hebben we de opgave om de functies op het platteland weer in balans te brengen. Hiervoor moeten water en bodem altijd sturend zijn. Het staat nu ook letterlijk in het coalitieakkoord. Ik vind het van belang om bij elk bouwproject goed van tevoren rekening te houden met waterveiligheid en de ondergrond. Als je dit niet doet lopen we op lange termijn tegen enorme problemen en kosten aan. Het is Nederlands om goed met je geld om te gaan, zeker als het om belastinggeld gaat. Dan wil je ook in de toekomst kosten door schade te beperken. En dat staat nog los van de motivatie om onze watervoorziening, -kwaliteit en -veiligheid niet in gevaar te brengen. In oktober komen we ook met een eerste uitwerking van ‘water en bodem sturend’. Het zal ongetwijfeld betekenen dat je niet meer alles op iedere plek kan doen. Er moet meer rekening gehouden worden met het opvangen van risico’s. Op lange termijn biedt dat voordelen, omdat je kunt zeggen: deze voorziening kunnen we sowieso tot het einde van de eeuw gebruiken. 

Mark Harbers en Peter Glas bij waterinlaat Roode Vaart
Mark Harbers bij de opening van de inlaat De Roode Vaart. Bron: staf Deltacommissaris

Ik hoop dat het niet zover hoeft te komen dat ik een soort boeman wordt, omdat ik als minister duidelijk de grenzen moet aangeven. Maar, daar maak ik me eigenlijk weinig zorgen over, simpelweg omdat je nu al de gevaren voor Nederland ziet. Je zag het vorig jaar in Limburg, dit jaar zie je het met de droogte in heel Nederland. De beelden spreken voor zich, dus ik hoop dat die beelden, hoe afschuwelijk ook door het menselijk leed wat de ramp teweeg heeft gebracht, het werk doen om het principe ‘water en bodem sturend’ standaard te maken in onze beslissingen. Je kunt droogte niet oplossen door te hopen dat het gaat regenen. Je moet water kunnen vasthouden én laten wegstromen.

Wanneer kijkt u na 4 jaar tevreden terug op wat bereikt is met klimaatadaptatie?

Samenvattend komt het neer op twee dingen: vanzelfsprekendheid eraf, tempo erbij. Ik wil me inspannen om het verhaal van water te vertellen, omdat het als vanzelfsprekend wordt gezien. Door laten dringen dat we veel meer moeten doen dan in het verleden. De extra 800 miljoen euro voor het Deltaprogramma Zoetwater is bijvoorbeeld een positieve ontwikkeling op dat vlak. 

Daarnaast streven we ernaar dat veiligheid in Nederland niet alleen direct terugslaat op criminaliteit en defensie, maar dat water daar ook een vast onderdeel van is. Bij veiligheid denkt men snel aan extra inzet van politie en leger, maar zaken als dijken en sluizen dragen ook bij aan onze veiligheid. We beveiligen en wapenen onszelf tegen hoogwater en watertekorten. 

En tot slot, wat maakt het leuk om minister van IenW te zijn?

Het leukste is dat het werk heel tastbaar is: alle invloeden zie je om je heen. Elke dag worden de wegen, havens en sporen gebruikt. Hetzelfde geldt voor water. Als het misgaat, is de impact heel snel zichtbaar. Dan sta je toch versteld hoeveel vernuft er al is om de ergste gevolgen tegen te gaan in Nederland. Over elke vierkante meter wordt nagedacht en je voelt de drive om het zo mooi en efficient mogelijk in te delen. We mogen ook zeker trots zijn op wat we op het gebied van water al bereikt hebben en we vaak een voorbeeld zijn voor andere landen. Op dat vlak kijkt de rest van de wereld tegen ons op. Ik roep de mensen uit de Deltacommunity dan ook op om trots te zijn op het werk dat we leveren, en de bestuurders en andere betrokken waterpartners tegelijk scherp te houden!