Foto Boulevard van Scheveningen, een voormalig zwakke schakel in de kust.

Hoewel de waterveiligheid in de kustzone de komende jaren op orde is, is het Deltaprogramma Kust nog lang niet klaar. Tijdens de Landelijke Kustdag stonden partijen als waterschappen, provincies, ondernemers en gemeenten uitgebreid stil bij toekomstige uitdagingen in de kustzone.

De afgelopen jaren is er hard gewerkt om de Nederlandse kust veilig te maken. ‘De verwachting is dat we de zeespiegelstijging, maar ook de ruimtelijke ontwikkelingen in de kustzone tot aan 2050 kunnen managen met zandsuppleties’, zegt Jos van Alphen, die namens de deltacommissaris betrokken is bij het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Wat er na 2050 met de zeespiegel gebeurt, hangt in grote mate af van het al dan niet afsmelten van het landijs van Antarctica en de mate waarin dat proces gestopt kan worden door het terugdringen van de CO2-uitstoot.

Luchtfoto vernieuwde Hondsbossche Zeewering
In 2015 werd de Hondsbossche Zeewering versterkt door zandduinen en een strand aan te leggen. Hierbij werden ook ruimtelijke opgaven meegenomen. Foto: Rijkswaterstaat

Verbinding van opgaven

De grote uitdaging voor het Deltaprogramma Kust is dan ook in hoeverre er nu al rekening gehouden kán en móét worden met een versnelde zeespiegelstijging. Zeker nu ruimtelijke opgaven in de kustzone de komende tijd leidend zijn. Die opgaven op korte termijn, zoals woningbouw, gaan gepaard met een lange levensduur en hoge investeringen. ‘Woningen bouw je niet voor een periode van twintig jaar, dan moet je wel weten wat je doet’, zegt Chris Lansink, programmamanager Kust. ‘Er is bij ruimtelijke opgaven wel een watertoets, maar er wordt nog te weinig nagedacht over mogelijk toekomstige veiligheidsopgaven.’

Tijdens de Landelijke Kustdag bespraken de partijen hoe er in de kustzone het beste met ruimtelijke opgaven in relatie tot waterveiligheid omgegaan kan worden. Moet er rekening gehouden worden met mogelijke, toekomstige veiligheidsopgaven, zijn er op korte termijn bijvoorbeeld no-regret maatregelen te nemen en hoe kun je dit vastleggen, bijvoorbeeld in omgevingsvisies? Lansink: ‘Het proces om hierover na te denken is nu in gang gezet, zonder dat daar een verplichting aan hangt. Dat kan ook niet, omdat er geen zekerheid is over de versnelde stijging van de zeespiegel en druk opleggen werkt nu averechts. Maar ik heb zeker het gevoel dat de boodschap bij een deel van de partijen geland is en dat de urgentie gevoeld wordt. En dat is al winst. Er is een afspraak om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de kustzone sowieso na te denken over mogelijke toekomstige wateropgaven. Het zou mooi zijn wanneer deze kan worden vastgelegd in gemeentelijke omgevingsvisies.’

Foto zandsuppletie aan de kust
De zeespiegelstijging en ruimtelijke opgaven kunnen naar verwachting tot 2050 met zandsuppleties gemanaged worden Foto: Tineke Dijkstra

Zeespiegelstijging

Ondertussen bereidt het Kennisprogramma Zeespiegelstijging zich voor op een wereld waarin de zeespiegel daadwerkelijk sneller stijgt. ‘We kijken hoe lang de huidige strategie van zandsuppleties nog houdbaar is’, zegt Van Alphen. Daarbij krijgt het in 2020 afgeronde programma Kustgenese 2.0 (zie kader) een vervolg binnen het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. ‘Daarin onderzoeken we hoeveel zand er nodig is om de kustlijn op zijn plek te houden bij een versnelde zeespiegelstijging en of dat zand in de Noordzee aanwezig is.’ Daarnaast onderzoekt het Kennisprogramma wat er nodig is als de strategie van suppleties bij verder versnellende zeespiegelstijging niet meer toepasbaar is. Dat gebeurt aan de hand van drie oplossingsrichtingen: de kust op zijn plaats houden (beschermen), een tweede kustlijn of het verbreden van de huidige kustlijn (zeewaarts) en tot slot meebewegen met de zeespiegelstijging (landinwaarts).

Tijdens de Landelijke Kustdag, die dit jaar deels werd ingevuld als gebiedsbijeenkomst Kust van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging, werden deze oplossingsrichtingen verkend. Van Alphen: ‘Dat leverde inzicht op bij de betrokken partijen, maar ze hebben ook behoefte aan hulp. Waar kunnen ze wel en niet bouwen, hoe moeten ze dat doen en wat zijn de randvoorwaarden? Daar gaan we de komende tijd in het Kennisprogramma extra aandacht aan geven.’

Daarbij trekken het Kennisprogramma Zeespiegelstijging en het Deltaprogramma Kust intensief samen op. Van Alphen: ‘In het Deltaprogramma komen de overheden bij elkaar. Daar komen de wensen voor informatie vandaan en wij leveren dan weer bouwstenen aan het Deltaprogramma Kust om eventueel bestaande voorkeurstrategieën aan te passen.’

Afronding Kustgenese 2.0

Tijdens de Landelijke Kustdag werd ook stilgestaan bij de afronding van het onderzoeksprogramma Kustgenese 2.0. Dit onderzoek kwam in 2015 voort uit het Deltaprogramma en onderzocht de beste manier om de Nederlandse kust ook in de toekomst veilig te houden. ‘De kust is nog nooit zo veilig geweest, maar we hadden nog meer kennis nodig over het Nederlandse kustsysteem voor de komende decennia’, vertelt projectmanager Carola van Gelder van Rijkswaterstaat. Het programma leverde een nieuw beleidsadvies voor de periode tot 2032. In de zomer van 2021 wordt duidelijk of dit beleidsadvies wordt overgenomen door de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Kustgenese 2.0 maakte duidelijker hoeveel zand nodig is om het zogenaamde kustfundament in evenwicht te houden met de zeespiegelstijging, aldus Van Gelder. ‘Er komt te weinig zand van de rivieren en er gaat ook veel zand op transport, dus we moeten het fundament zelf weer aanvullen met zand uit de diepe Noordzee. Dit doen we momenteel voornamelijk bij de kustlijn, maar eigenlijk zou je het hele kustfundament moeten aanvullen met zand om alles in evenwicht te houden. Anders stel je mogelijke problemen alleen maar uit, zeker als de zeespiegel harder gaat stijgen. Het voordeel is dat de Nederlandse bodem van de Noordzee een grote bak zand is, maar het moet wel allemaal op de goede plek komen. Daarnaast hebben deze keuzes ook invloed op zaken als duinen, natuur en recreatie. Dit zal ook meegenomen moeten worden als de bouwstenen aan het Deltaprogramma aangeleverd worden. De gesprekken over de nieuwste ontwikkelingen en vraagstukken, die we tijdens de landelijke kustdag met betrokken partijen gevoerd hebben, helpen hierbij.