Foto Park in Beneden-Leeuwen, waarmee het dorp de gevoeligheid voor extreme hitte, droogte en wateroverlast aanpakt. Foto: Gemeente West Maas en Waal/Scherpgesteld.

In mei 2021 liep het Ondersteuningsprogramma Klimaatadaptatie af. Dit programma bood 35 gemeenten hulp bij het weerbaar worden tegen klimaatverandering. Wat heeft het programma opgeleverd? Een gesprek met uitvoerder Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en twee geholpen gemeenten: Zutphen en West Maas en Waal.

Portretfoto Diana van Dorresteijn
Diana van Dorresteijn, Vereninging van Nederlandse Gemeenten

Eind 2018 tekenden Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en gingen zij aan de slag met het onder meer het voeren van risicodialogen en het opstellen van uitvoeringsagenda’s. ‘Voor veel gemeenten is dat een lastige opgave. Ze hebben bijvoorbeeld onvoldoende menskracht, middelen of kennis en kunde om klimaatadaptatie effectief aan te pakken’, vertelt Diana van Dorresteijn, projectleider van het Ondersteuningsprogramma Klimaatadaptatie bij de VNG.

Dit programma startte in 2018 met als doel gemeenten hulp op maat te bieden. Het werd gefinancierd door het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en uitgevoerd door de VNG. ‘Bij sommige gemeenten waren de stresstesten een knelpunt, bij andere de risicodialogen of het opstellen van een uitvoeringsagenda’, zegt Van Dorresteijn. ‘Sommige waren al zo ver dat we ze konden helpen bij het implementeren van die agenda. Dus de hulpvragen waren heel divers. Voorop stond dat wij sámen met de gemeenten werkten, niet vóór hen. En altijd op basis van vertrouwelijkheid.’

Van papier naar praktijk

Tussen 2019 en 2021 kregen 35 gemeenten op individuele basis hulp. Een van die gemeenten was West Maas en Waal. ‘Dit programma zette ons echt op het juiste spoor’, zegt Martijn Timmermans, projectleider Water en Klimaatadaptatie. ‘Wij waren al een eind op dreef, met een regionale adaptatiestrategie en met zowel een regionaal als een lokaal uitvoeringsprogramma. Hiermee wilden we aan de slag, maar we konden hulp gebruiken om te voorkomen dat het bij mooie plannen bleef.’

Laaghangend fruit

In de uitvoering van de regionale adaptatiestrategie ervoer de gemeente bijvoorbeeld problemen in het proces van ruimtelijke ordening. ‘We namen in de openbare ruimte allerlei maatregelen om klimaatadaptief te worden. Tegelijkertijd waren veel ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld woningbouw, gestoeld op oud beleid. We losten dus aan de ene kant problemen op, terwijl we ze aan de andere kant creëerden.’

Foto van verlaagde berm in Alphen
Verlaagde bermen in de 'natuurlijke badkuip' Alphen (gemeente West Maas en Waal). Foto: Gemeente West Maas en Waal/Scherpgesteld

Samen met twee VNG-adviseurs zocht West Maas en Waal naar ‘haakjes’ in de ruimtelijke ordening om klimaatadaptatie snel en eenvoudig aan op te hangen. ‘Samen hadden zij 80 uur voor ons beschikbaar. Dat zet zoden aan de dijk. We voerden één-op-één-gesprekken met de adviseurs, maar ook integrale gesprekken met medewerkers. Hierdoor ontstond een beter beeld van klimaat binnen de eigen werkprocessen, maar ook van de verhouding met andere werkprocessen . Daar hebben wij veel van geleerd.’

Die overleggen leverden meteen al concrete aanknopingspunten op. Timmermans: ‘Er was veel laaghangend fruit. Maar er was ook oog voor de toekomst, zoals de omgevingswet. Daardoor hebben we een duurzaam resultaat behaald: voortaan wordt klimaatadaptatie bij alle ruimtelijke ordeningsprocessen meegenomen als beoordelingscriterium.’

Erfgoed versterken

De gemeente Zutphen kent een eigen set aan uitdagingen: hoe ga je om met klimaatadaptatie in een historische vestingstad, die grotendeels versteend is en beperkt ruimte heeft voor aanpassingen? ‘Dat is een heel lastige opgave’, vertelt Laura van der Poel, programmamanager gebiedsontwikkeling. ‘Maar onze uitgangssituatie was goed. Onze inwoners hebben een positieve houding ten opzichte van duurzaamheid, de samenwerking met waterschap Rijn en IJssel is goed en in de uitvoering hebben mensen klimaatadaptatie goed in het vizier.’

Daarnaast stelde Zutphen in 2018 een ‘Blauwboek’ op, waarin inwoners en politiek samen mogelijke acties identificeerden. ‘Daarna viel het een beetje stil. We bleken behoefte te hebben aan kennis over de werking van het watersysteem in en rond de stad en over de mogelijkheden. En we vroegen ons af hoe klimaatadaptatie ons cultureel erfgoed kon versterken.’ Dat resulteerde in de visie ‘Vesting van de Toekomst’.

Foto van de Marspoortstraat en de Wijnhuistoren in het centrum van Zutphen.
Het grotendeels versteende centrum van Zutphen. Foto: Jolanda van Velzen

Breekijzer

‘Maar wij waren zelf nog niet in staat die visie op een programmatische manier in te bedden in onze organisatie en ons beleid’, vervolgt Van der Poel. ‘Daarbij kregen we hulp vanuit het Ondersteuningsprogramma. Wij hebben het als gemeente financieel niet gemakkelijk, en zijn daardoor snel geneigd terug te vallen op individuele vakdisciplines. De VNG-adviseur heeft ons geholpen naar het grote geheel te kijken, en te zoeken naar samenhang tussen de grote opgaven.’

Portretfoto Laura van der Poel
Laura van der Poel, gemeente Zutphen

Daarnaast fungeerde de adviseur ook als breekijzer op managementniveau. ‘Hij zei: wil je deze stap zetten, dan moet je ook echt investeren en dit structureel een plek geven in je organisatie. Het belangrijkste is dat die urgentie en verantwoordelijkheid nu echt worden gevoeld. Ik reken erop dat we daardoor, en dankzij goede samenwerking binnen de gemeente, nu echt efficiënter met onze beperkte middelen kunnen omgaan. Met creativiteit is er heel veel mogelijk.’

Energie en kansen

Als voorbeeld noemt ze een samenwerking tussen een groenbeheerder en een landschapsarchitect. ’Op een plek in de binnenstad waar extra water geen mogelijkheid was, zijn nu blauwe bloemen geplant die een indruk geven van een waterpartij. In een andere wijk investeerde het waterschap in het herstellen van meanders in de Berkel. Daar zijn een natuurlijke speelplaats en een bruggetje aangelegd – nu de trots van de buurt.’

Dit soort initiatieven maakt inwoners bewust van de kracht van groen en water, besluit ze. ‘Het vergroot de verbinding die mensen voelen met hun stad. En het laat zien wat je kunt bereiken met beperkte middelen, als je er maar met energie naar kijkt, en vanuit kansen redeneert.’

Foto meanderende Berkel en natuurspeelplaats Zutphen
Natuurlijke speelplaats en meanderende Berkel in Zutphen. Foto: Christiane Orth

Vervolg

Dergelijke positieve feedback kreeg VNG-projectleider Diana van Dorresteijn van veel gemeenten. ‘We hebben het Ondersteuningsprogramma onlangs geëvalueerd en daaruit blijkt dat gemeenten het als heel waardevol hebben ervaren.’

De gemeenten gaven ook aan dat ze graag een uitbreiding van het programma zouden zien. ‘De relatief korte looptijd was voldoende om klimaatadaptatie in deze gemeenten een flinke impuls te geven, maar nu willen zij graag de volgende stap zetten, richting de uitvoering. Daarnaast zijn er nog veel meer gemeenten in Nederland die hulp kunnen gebruiken. Dat is een belangrijk signaal voor de VNG. Dat nemen we heel serieus. Daarom voeren we nu gesprekken met andere partijen over een voortzetting van het programma.’

Publicatie eerste bevindingen Ondersteuningsprogramma Klimaatadaptatie

Meer informatie leest u in de publicatie ‘Waar is het bos achter de bomen? Eerste bevindingen Ondersteuningsprogramma Klimaatadaptatie VNG’.