Hermen Borst was sinds december 2015 directeur Staf deltacommissaris. Hoe ‘fantastisch, leuk en interessant’ hij zijn werk ook vond, leidde de herijking van het Deltaprogramma bij hem tot de vraag: wat betekent dit nu voor mij persoonlijk? Verbind ik mezelf weer aan een nieuwe cyclus, of wordt het tijd om mezelf te vernieuwen? Het werd het laatste. Per 1 oktober is hij directeur Ruimtelijk Domein bij gemeente Leidschendam-Voorburg. Hoe kijkt Hermen terug op de afgelopen vijf jaar?

Wat vind je het belangrijkste dat tijdens de afgelopen vijf jaar is bereikt?

‘In de eerste fase van het Deltaprogramma, van 2010 tot 2015, lag het accent als gevolg van het advies van de Commissie Veerman logischerwijs vooral op waterveiligheid. Het onderdeel ruimtelijke adaptatie was relatief zwak ontwikkeld. Nu is het echt een programma van water én ruimte. Veel partijen zijn het ermee eens dat de sleutel niet alleen in het watersysteem, maar ook in de ruimtelijke inrichting van het land ligt. Dat zie je niet alleen in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, maar ook in de ontwikkeling van de deltacommunity en de ruimtelijke inrichtingswereld zoals gemeenten en stedenbouwkundige bureaus. Zij zijn nu volwaardig onderdeel van het Deltaprogramma. Dat hebben we met zijn allen gerealiseerd.’

Hermen Borst tijdens het Deltacongres van 2017.

Waar moet je opvolger op letten?

‘Dan zou ik twee dingen zeggen. Ten eerste moet de deltacommunity alle zeilen bijzetten om de doelen voor 2050 te halen. De beweging van “praten en papier” naar “de schop in de grond” moet grootschalig op gang komen. Niet alleen bij de thema’s droogte en ruimtelijke adaptatie, maar ook waterveiligheid. Het onderdeel waarvan we denken dat we dat al redelijk onder controle hebben. Dat is ook wel zo, alleen gaat het nu nog té langzaam in de uitvoering. 

Ten tweede de grote vraag: hoe bereiden we ons voor op de periode na 2050? Wat is de blik op de lange termijn als de zeespiegel echt zo veel stijgt? Daar is in dit stadium nog best veel onzekerheid over, maar die vraag moeten we de komende paar jaar echt serieus onder ogen zien. Hiervoor hebben de Staf deltacommissaris en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het Kennisprogramma Zeespiegelstijging opgetuigd. Dit leidt mogelijk tot spannende en verstrekkende adviezen van de deltacommissaris bij de volgende herijking van het Deltaprogramma halverwege dit decennium.’ 

'Er ligt een enorme druk op op gemeentelijke organisaties'

Wat zijn de grootste uitdagingen?

‘Het zal veel vragen om de doelstellingen voor 2050 te halen. Er zijn namelijk altijd dingen die dat bemoeilijken, zoals de stikstofcrisis of capaciteitsproblemen. Ik werk nog maar kort bij de gemeente Leidschendam-Voorburg, maar zie nu zelf welke enorme druk er op gemeentelijke organisaties ligt. En zo’n nieuwe opgave komt daar weer bovenop.  Dat is heel lastig en toch moeten ook gemeenten door de hoepel van de klimaatadaptatie springen. Het mooie is dat je dit op veel plekken nu ook ziet gebeuren. Maar met het uitvoeren van al die stresstesten, het voeren van risicodialogen en het op gang brengen van de uitvoering vragen we best veel van gemeenten. De minister heeft nu 200 miljoen euro voor een periode van vijf jaar beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, dat is cruciaal. Maar eigenlijk zou dit een structurele financiering moeten worden.’

Hermen als voorzitter van de Ronde Tafel Dijkversterking Uitdam in het voorjaar van 2017.

Wat vond je het mooiste of interessantste aan deze functie?

‘Het Deltaprogramma gaat over beleid, strategie en de grote vraagstukken, maar ook over de uitvoering en de relatie daartussen. Dat vind ik een hele mooie combinatie. De breed gevoelde wil tot samenwerking tussen Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen en de gezamenlijke focus op een ongelofelijk relevante opgave maakten dat ik terugkijk op vijf fantastische jaren Daarnaast is het werk uiteindelijk ook heel tastbaar. Toevallig kijk ik nu net naar buiten, waar ze de riolering in onze straat vervangen. Het wordt een dubbele riolering, zodat alleen het afvalwater in het riool komt en het regenwater in het oppervlaktewater. Je ziet dit op allerlei plekken gebeuren. Het houdt allemaal verband met de opgave die we met elkaar hebben geformuleerd en de hele community die we met elkaar hebben opgebouwd.’

'Het Deltaprogramma heeft grote impact op mensen, dat is niet altijd makkelijk'

Wat heeft de meeste indruk op je gemaakt?

‘De verhalen van mensen die bijvoorbeeld te maken krijgen met een dijkversterking in hun directe omgeving. Het Deltaprogramma heeft grote impact op hen, dat is niet altijd makkelijk. Soms is er veel weerstand en dat begrijp ik heel goed. Omdat het proces van de dijkversterking van de Markermeerdijk bij Uitdam was vastgelopen hebben we in 2017 ter plekke een participatieproces opgezet en doorlopen, uitmondend in een advies van de deltacommissaris. Dan hoor en voel je in die gesprekken met bewoners hoe groot de impact van het werk is op zo’n omgeving. Kijk, we kunnen die dijkversterking wel bedenken, maar draagvlak is heel belangrijk. Ik vind wel dat de waterschappen steeds beter oog en oor hebben voor al deze verschillende belangen. Er is in de afgelopen periode ook veel meer ruimte gekomen voor co-creatie en het benutten van meedenkkracht uit de samenleving. Dat vind ik een goede ontwikkeling. Een dijkversterking realiseren is echt een omgevingsopgave geworden.’

Lilian van den Aarsen nieuwe directeur

Per 1 december 2020 heeft Lilian van den Aarsen het stokje van Hermen Borst als directeur van de Staf deltacommissaris overgenomen. Lilian werkte hiervoor als directeur Kennis, Innovatie en Strategie KIS) bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Van 2010 tot eind 2014 was zij programmadirecteur bij het toenmalige Deltaprogramma Rivieren.