Binnen tien jaar verrijst tussen Arnhem en Giesbeek een uniek rivierpark: het Rivierklimaatpark IJsselpoort. Een succesvol voorbeeld van Integraal Riviermanagement (IRM). Het plan voorziet in toegankelijke uiterwaarden die klimaatextremen kunnen blijven opvangen. Met ruimte voor rijke natuur, duurzame landbouw, recreatie en bedrijvigheid. Een aantrekkelijke, veilige en toekomstbestendige leefomgeving met de goed bevaarbare IJssel als betrouwbaar middelpunt.

Nadat de tien partners van het Rivierklimaatpark al overeenstemming bereikten over de plannen op hoofdlijnen, nam minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen op 24 oktober 2020 haar voorkeursbeslissing. Daarmee gaf zij groen licht voor de nadere uitwerking. Binnen het rivierpark worden uiteenlopende maatregelen genomen, zoals kadeverlagingen bij Lathum en een geul bij Westervoort, zodat de doorstroming verbetert en de IJssel hoogwater beter kan opvangen. Ondieptes voor de scheepvaart worden opgelost door aanpassingen aan de oevers. Ook worden maatregelen getroffen die het verder zakken van de rivierbodem zoveel mogelijk tegengaan. Gebiedsentrees en extra wandelpaden maken de uiterwaarden toegankelijker. Natuur die voor het rivierengebied kenmerkend is komt terug, cultureel erfgoed wordt in ere hersteld en landbouw en recreatie gaan waar mogelijk hand in hand.

Relatie tot het nationaal Deltaprogramma

  • De herijkte deltastrategieën Rijn en Maas worden vormgegeven binnen het programma Integraal Riviermanagement. Dit is in 2022 klaar, waarna Rijn en Maas weer in de pas lopen met de rest van het Deltaprogramma (6.4)
  • Het Rivierklimaatpark is een belangrijke bouwsteen voor de voorkeursstrategie Rijn en een concrete uitvoering van de strategie van de IJssel (6.4.1.)

Evenwichtig plan

Het plan voor het Rivierklimaatpark is breed gedragen. Dat komt doordat alle belangen en ideeën zorgvuldig werden meegewogen. Tijdens werkateliers werkten betrokkenen en belanghebbenden, zoals gebiedsgebruikers, aan diverse invullingen voor het gebied. De uitkomsten van deze sessies werden uiteindelijk besproken met vertegenwoordigers van alle partners. Op basis van deze informatie ontstond de richting voor het voorkeursalternatief, dat op basis van zienswijzen van bewoners en belanghebbenden verder is aangescherpt. In oktober 2020 stemden de vijf betrokken gemeenten (zie kader onderaan) in met de gezamenlijke toekomstvisie van het Rivierklimaatpark.

Werkatelier in september 2017 in Lathum

Nieuwsgierig naar andere lessen die betrokkenen en belanghebbenden hebben gehaald uit de samenwerking? In het magazine ‘Van idee tot plan’ (pdf) blikken zij terug op de afgelopen jaren. Ook de plannen worden nader toegelicht.

Lessen voor IRM

Het programma Integraal Riviermanagement (IRM) wil zoveel mogelijk leren van voorbeeldprojecten als het Rivierklimaatpark. Dit wordt toegejuicht door Louise Veerbeek, afdelingshoofd Waterveiligheid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en stuurgroeplid Rivierklimaatpark en door Bart Kornman, programmamanager Deltaprogramma Waterveiligheid en lid van het opdrachtgeversteam Rivierklimaatpark.  

‘Het mooie aan het Rivierklimaatpark is dat het idee ervoor ontstaan is in het gebied zelf’, vindt Veerbeek. ‘Als die trekkracht er is, dan kun je van één en één pas echt drie maken.’ Bij dit project kijken de partners écht naar het gezamenlijke belang. Er wordt creatief met elkaar meegedacht en meegewerkt, ook als het ingewikkeld wordt. Dán kom je tot nieuwe oplossingen.’ Dat zie je bijvoorbeeld bij gezamenlijke stappen die nu gezet worden richting meer natuurinclusieve landbouw en natuurbeheer. Het is essentieel dat alle belangen open op tafel liggen, maar ook mensen met de juiste mindset zijn daarbij nodig.

Foto van koeien in een weiland langs een rivier in het Rivierklimaatpark
Grondfoto van het Rivierklimaatpark

Dat de provincie trekker was van de voorverkenningsfase, is wat Bart Kornman betreft ook een belangrijke succesfactor. ‘De provincie is een natuurlijke gesprekspartner voor gemeenten én Rijk, die kent het gebied, weet wat er leeft en speelt in de omgeving.’ Dat het ‘trekkersstokje’ voor de planuitwerking nu overgaat naar Rijkswaterstaat, is overigens ook heel logisch. ‘Daar zit zo’n enorme kennis en ervaring als het gaat over projectuitwerking en -realisatie.’ 

Een ander leerpunt: betrek zoveel mogelijk belanghebbenden. En, betrekken is mooi, maar uiteindelijk wil je graag dat de belangrijkste belanghebbenden zich ook eigenaar gaan voelen. Dat is een groei- en leerproces. Veerbeek: ‘Alle bestuurders gaven de ruimte voor die brede co-creatie. Dat is wel een heel belangrijke voorwaarde.’

Voldoende tijd nemen

Voor co-creatie moet je wel echt de tijd nemen, weet gedeputeerde Jan van der Meer, voorzitter van de stuurgroep. Alleen al om eigenaarschap te laten groeien. ‘Het was best een klus om op basis van alle beleidsopgaven, ambities en belangen een samenhangend, goed afgewogen en betaalbaar en uitvoerbaar plan te maken. Daar zijn we zeker in geslaagd, maar dat gaat niet over een nacht ijs. We hebben ongeveer een half jaar meer tijd gepakt om de gesprekken te kunnen voeren die nodig waren. Die extra tijd heeft echt zijn vruchten afgeworpen.’

Tien partijen tekenen samenwerkingsovereenkomst

Sinds 2016 werken de gemeenten Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort en Zevenaar, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, provincie Gelderland, Waterschap Rijn en IJssel, Rijkswaterstaat Oost-Nederland en Natuurmonumenten samen aan het Rivierklimaatpark. Op 29 oktober 2020 ondertekenden zij een samenwerkingsovereenkomst. Hierin zijn afspraken gemaakt over het vervolg en over de verdeling van de kosten van circa 60 miljoen euro. Het Rijk stelt 40 miljoen euro beschikbaar. De overige partners dragen het resterende deel bij.

Screenshot van een digitale meeting, alle partners houden de ondertekende samenwerkingsovereenkomst omhoog
Ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst