De WaterStraat begint zijn vruchten af te werpen: concrete, vernieuwende wateroplossingen voor klimaatadaptatie in de publieke ruimte. De eerste producten hebben hun weg naar de praktijk al gevonden. ’Wij laten hier zien wat er allemaal kan. Dit moet de standaard worden.’

In de WaterStraat werken onderzoekers, ondernemers en gebiedsbeheerders aan innovatieve oplossingen voor een klimaatbestendige stadsinrichting. De WaterStraat bestaat 2,5 jaar en is een iniatief van The Green Village, het Hoogheemraadschap van Delfland en het samenwerkingsverband VPdelta. Hier worden zestien innovaties getest, van een dak dat dient als waterbuffer tot pijpen die regenwater afkoppelen van het riool en vlokken die zorgen dat de stadsbodem meer water kan absorberen.

Portretfoto Marjan Kreijns
Marjan Kreijns, directeur The Green Village

Ideeën uitproberen

’De klimaatuitdagingen zijn nu al aanzienlijk en worden in de toekomst alleen maar groter’, vertelt Marjan Kreijns, directeur van The Green Village. ‘Daarom is het des te belangrijker dat we een plek hebben waar we innovaties kunnen testen, van eerste prototype tot eindproduct.’

‘Ondernemers kunnen hier (op het innovatieterrein The Green Village op de TU Delft-campus) hun ideeën in de praktijk brengen. Studenten doen er vervolgens, samen met de ondernemers, onderzoek naar. En onze wetenschappers kijken natuurlijk mee. Daarnaast ontvangen we elk jaar zo’n 6.000 bezoekers, veelal vanuit gemeenten. Dit is een plek waar ze kunnen zien wat er allemaal mogelijk is. Maar ook waar ze hun eigen vragen kunnen neerleggen.’

Baggertegels Foto: © Waterweg

Water hergebruiken

Als voorbeeld noemt Kreijns de zogeheten BlueBloqs: een soort plantenbakken die kunnen worden ingebouwd in stoepen of pleinen en die regenwater opvangen, zuiveren in een biofilter en opslaan in de diepe ondergrond. Vervolgens kan dit water in tijden van droogte worden opgepompt en hergebruikt. ‘Dit wordt nu in de praktijk gebracht bij het Sparta-stadion. Sparta gebruikt het water om de voetbalvelden mee te besproeien.’

Een ander voorbeeld zijn Bufferblocks: modulaire, poreuze betonelementen die samen fungeren als waterbuffer die het regenwater langzaam in de ondergrond laat infiltreren. ‘Het leuke is dat andere ondernemers zijn aangehaakt om te kijken of dat water ook kan worden hergebruikt. Die kruisbestuiving tussen projecten is een ontzettend leuk aspect van de WaterStraat. In Capelle aan den IJssel wordt dit concept nu al toegepast.’

BlueBloqs, plantenbakken die regenwater opvangen, zuiveren in een biofilter en opslaan in de diepe ondergrond.

Uitdagingen

Niet alleen de producten van de WaterStraat, maar ook de proeftuin zelf moet een inspiratie zijn voor andere partijen in Nederland. Kreijns signaleert daarin uitdagingen. ‘De klant is veelal een publieke partij, zoals een gemeente. De mensen die klimaat in de portefeuille hebben, zijn vaak meteen razendenthousiast, maar daarna stokt het in de uitvoering. Partijen die verantwoordelijk zijn voor aanleg, beheer en onderhoud, zoals stadsontwikkelaars of de ingenieursbureaus van de gemeente, zien allerlei bezwaren. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat het onderhoud te duur wordt, dat de elementen niet de juiste afmetingen hebben of dat ze niet bij het stijlboek van de gemeente passen.’ Kreijns ziet een oplossing: ‘Laat ze vroeg meekijken met de plannen, luister naar hun zorgen. En kijk dan samen wat je daaraan kunt doen. Dan kun je bijvoorbeeld varianten ontwerpen die minder onderhoudsintensief zijn en die voldoen aan de technische eisen van de gemeente.’

'Klimaatadaptatie moet een criterium worden bij aanbestedingen'

Maar het belangrijkste vindt Kreijns dat klimaatadaptatie een criterium wordt bij aanbestedingsprocedures. De oplossingen zijn er. ‘Nu komt het neer op de toepassing. Ik zie nog altijd veel rioolvervangingsprojecten die toch weer heel traditioneel worden uitgevoerd. Dat moet en kan echt anders. Ons uiteindelijke doel is dat klimaatadaptatie standaard onderdeel wordt van nieuwbouw, vernieuwing en onderhoud. Zodra er ergens een riool wordt vernieuwd, moet er metéén worden nagedacht over klimaatinnovaties die je kunt inpassen in het ontwerp. Daar moeten normen, regelgeving en aanbestedingsprocedures op aansluiten’

Foto van tegels met begroeiing.
Testopstelling voor stoeptegels met ruimte voor beplanting, waardoor water makkelijker in de grond kan trekken.

Hitteplein

The Green Village werkt aan dit einddoel ook via een tweede proeftuin: het HittePlein, geopend in september 2020. ‘Daarin vind je innovaties die bijdragen aan het tegengaan van droogte en hitte in de stad, bijvoorbeeld via opslag en hergebruik van water, maar ook via constructies die zorgen voor afkoeling door verdamping. Die aanpak is nieuw voor Nederland. En juist die combinatie is heel kansrijk.’

Kreijns sluit af met een oproep: ‘Dus heb je een innovatie en wil je die testen in de praktijk, of ben je een publieke partij met een grote ruimtelijke opgave, kom dan eens bij ons langs. Wij zitten hier bijeen met zo veel partijen, daar komen altijd inspirerende oplossingen uit voort.’

Pieter den Besten nieuwe programmamanager Ruimtelijke Adaptatie

Pieter den Besten is sinds 26 oktober 2020 Sofie Stolwijk opgevolgd als programmamanager Ruimtelijke adaptatie voor het nationaal Deltaprogramma. Daarnaast is Pieter binnen DG Water en Bodem (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) teamleider Klimaatadaptatie, waarbinnen ook het uitvoeringsprogramma NAS valt. Hij was vorig jaar betrokken bij de brede maatschappelijke heroverweging ‘Klaar voor klimaatverandering’ en is daarvoor actief geweest in gebiedsgericht beleid grote wateren, onder andere aan de hand van een aantal Gebiedsagenda’s.